Zoeken
  • Katalien Van Holsbeke

Alimentatie voor kinderen - Maatwerk

Als ouder heeft u de verplichting om bij te dragen in “de huisvesting, het levensonderhoud, de opvoeding en de opleiding” van uw kinderen. Het bepalen van de onderhoudsbijdrage voor kinderen (na echtscheiding of gedurende de procedure van echtscheiding) is echter geen exacte wetenschap.


De wet van 19 maart 2010 werd ingevoerd met het oog op een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdrage. Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheden en het vermogen van elk van de ouders, de verblijfsregeling van de kinderen en hun (specifieke) noden, de kinderbijslag en het fiscaal voordeel alsook de eventuele bijzondere omstandigheden van de zaak.


Toch moet dit onmiddellijk worden genuanceerd. Ook de rechters volgen deze criteria in de praktijk niet altijd nauwgezet na. Er dient dus te worden gekeken naar het volledige plaatje, en het moet in de eerste plaats steeds een betrachting zijn om voor alle partijen tot een faire en deugdzame oplossing te komen, gesteund door objectieve parameters. Het belang van het kind staat hierbij steeds voorop.


Alimentatie voor kinderen kan in principe worden opgesplitst in twee onderdelen, bestaande uit een tussenkomst in de gewone kosten van het kind, en een bijdrage in de buitengewone kosten van het kind.


De gewone kosten worden door de wet omschreven als zijnde gebruikelijke kosten die te maken hebben met het dagdagelijks onderhoud van het kind. Deze kosten kunnen zowel verbonden zijn aan het verblijf bij één van de ouders zoals kosten van verwarming, elektriciteit, eten,… alsook “verblijfsoverstijgend” zijn, zoals daar zijn de aankoop van kledij, schoenen,…


Voor wat betreft deze kosten valt men vaak terug op een vaste maandelijkse tussenkomst van de ene naar de andere ouder (afhankelijk van de hierboven vermelde criteria), of komt men overeen dat deze door elk van de ouders in natura wordt gedragen.


Daarnaast is er het tweede luik van de buitengewone kosten, dewelke zoals de term het zelf reeds aangeeft, eerder buitengewoon zijn zoals bijvoorbeeld de aanschaf van een laptop, aankoop van een bril of beugel, deelname aan een buitenlandse schoolreis,…


Voor wat betreft deze buitengewone kosten wordt door de partijen (of bij gebrek aan een onderling akkoord – door de rechtbank) een verdeelsleutel bepaald. Afhankelijk van de verschillende criteria wordt het aandeel van elk van de ouders in deze buitengewone kosten bepaald; bijvoorbeeld elk voor de helft, dan wel in een 60/40 verhouding, of andere.

Deze buitengewone kosten worden, behoudens andere overeenkomst, driemaandelijks onderling afgerekend.


Voor de concrete omschrijving van deze kosten werd door de rechtbanken in de praktijk reeds gedurende een geruime tijd een specifieke lijst gebruikt. Met het Koninklijk Besluit van 22 april 2019 werd deze lijst (min of meer) opgenomen in de wet.


Het moet wel worden benadrukt dat de ouders geenszins verplicht zijn gebruik te maken van deze lijst. Elke situatie is namelijk verschillend en er moet steeds heel concreet worden nagegaan welke regeling voor kinderen en partijen het meest aangewezen is. Ook de rechter is niet gebonden aan deze lijst.


Een pluspunt daarbij is wel dat partijen thans kunnen terugvallen op een wettelijk kader. De lijst bevat een duidelijke, allesomvattende en degelijke opsomming daar waar dit in het verleden vaak aanleiding gaf oeverloze discussies. De rechters zullen ongetwijfeld, bij gebrek aan een akkoord, teruggrijpen naar deze omschrijving hetgeen ook meer voorspelbaarheid en zekerheid met zich zal meebrengen.


Een persoonlijk advies en/of overeenkomst op maat van uw specifieke situatie primeert. Neem dus gerust contact op met ons kantoor teneinde samen uw zaak te bespreken via http://www.fazzi.be/contact.

0 keer bekeken

K. L. Maenhoutstraat 53, 9830 Sint-Martens-Latem

© 2019 by Fazzi advocaten

Tel: +32 (0)9 222 80 09 - Fax: +32 (0)9 220 07 77